Info

Productinformatie

 

Algemeen

De ABCAT@ RVS is ontwikkeld om de uitstoot van rookgas uit

schoorstenen van hout gestookte kachels en ketels te verminderen.

Daarbij is vooral aandacht besteed aan het verminderen van de

geurbelasting van de houtrook. De ABCAT@ RVS wordt direct achter de

stookinstallatie, als kachelpijp, van een bestaande (retrofit) of een

nieuwe kachel of ketel geplaatst.

De ABCAT@ RVS bevat een edelmetaal katalysator en is in zijn geheel

uit staal vervaardigd. Het systeem wordt in principe geleverd voor

alle voorkomende diameters van rookgaspijpen en voor kachels en

ketels met verschillende vermogens. De ABCAT@ RVS is zeer robuust en

de bediening en het onderhoud van het systeem zijn zeer

eenvoudig.

 

Werking

Het filter in de ABCAT@ RVS bestaat uit een palladium en/of

platinakatalysator.

Het katalysator materiaal bevindt zich in een ronde module die als

een soort doorlatende klep in de kachelpijp is gemonteerd.

Het grootste gedeelte van de houtrook gaat door deze katalysator. De katalysator kraakt onvolledig verbrande verbindingen zoals koolwaterstofverbindingen die de kleur en de geur aan houtrook geven. Daarnaast werkt de katalysator als filter waarmee een deel van het fijnstof (vliegas) wordt afgevangen.

Een katalysator heeft temperatuur en (rest-) zuurstof uit de houtrook nodig om chemische verbindingen te kraken en vlamloos na te verbranden. Al vanaf een houtrooktemperatuur van circa 100°C worden verbindingen gekraakt. Voor het omzetten van hardnekkige verbindingen is een temperatuur van 300 – 350°C vereist. De ABCAT@ RVS wordt daarom direct op of achter een kachel geplaatst.

Eigenschappen en prestaties

Wanneer de temperatuur van de katalysator kort na het aansteken van de kachel oploopt worden eerst de minst stabiele chemische verbindingen gekraakt. Wanneer de katalysator een voldoende hoge bedrijfstemperatuur - van circa 350°C - heeft bereikt worden ook de stabiele, hardnekkige verbindingen

gekraakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om teervormende, langketige koolwaterstoffen, zoals PAK’s, die een sterke geur hebben en erg schadelijk

kunnen zijn voor gezondheid en milieu. Na het kraken van de verbindingen worden de losse delen vlamloos na verbrand met zuurstof. De zuurstof

wordt betrokken uit de lucht die achter is gebleven in de houtrook.

Bij een optimale werking van de katalysator – de zogenaamde totaal-oxidatie- worden kleur- en geurloze waterdamp en kooldioxide gevormd

als eindproduct. De kooldioxide kan weer worden opgenomen door groeiende gewassen en blijft in een zogeheten korte keten zonder negatief bij te dragen aan het broeikaseffect.

Door de constructie van de katalysator heeft deze naast een krakende functie ook een filterende werking voor vaste deeltjes in de houtrook. Daardoor blijft een deel van de vliegas uit de verbrandingsruimte van de kachel of ketel ook bij een “koude” katalysator daarin achter. De as bedekt het katalytisch actieve

oppervlak van de katalysator en dient daarom regelmatig te worden uitgespoeld. Uit testen is gebleken dat de katalysator vooral de allerkleinste fractie van het fijnstof (PM2,5) kraakt.

Deze fractie van het fijnstof is het meest problematisch voor onze gezondheid omdat dit fijnstof zeer diep door kan dringen in onze longen.

 

Uitvoeringen

De ABCAT@ RVS wordt standaard in een pijpstuk met een lengte van 250 mm, 500 mm of 1000mm geleverd. De ABCAT@ RVS wordt, op dit moment geleverd voor kachelpijpen van Ø150 mm.

Het pijpstuk met daarin de ABCAT@ RVS kan worden geplaatst in een standaard rookgaskanaal zonder verdere aanpassingen en is voorzien van een verjonging (insnoering) aan een zijde.

De pijpstukken zijn vervaardigd uit RVS.

Deze pijpstukken kunnen worden aangesloten op dunwandige rookgaskanalen uit (geblauwd) staal, RVS, 2mm staal, nisbussen, etc.

De ABCAT@ RVS wordt standaard niet afgewerkt maar geleverd met een spuitbus naar keuze.

 

Bij de ABCAT@ RVS kan een bimetaal insteekthermometer geleverd worden met duidelijke analoge aflezing en een meetbereik tot 500°C. Zie foto hiernaast: ABCAT@ RVS in onderdelen.

 

Gebruik en onderhoud

De ABCAT@ RVS is voorzien van een greep. Met het verdraaien van de greep wordt de katalysator in de behuizing rondgedraaid. De katalysator kan daarmee in een bypass-positie worden gedraaid (zie foto 4 ). In die stand passeert de houtrook de katalysator zonder noemenswaardige weerstand te ondervinden. De houtrook wordt dan niet behandeld door de katalysator. De bypass-stand kan worden gebruikt wanneer de natuurlijke trek in de schoorsteen zeer gering is. Deze positie kan ook nuttig zijn wanneer de deur van de kachel of ketel wordt geopend.

De katalysator kan ook met de greep een keer rond worden gedraaid om eventuele asrest die uit het

schoorsteenkanaal naar beneden is gevallen van de katalysator te verwijderen.

 

In de katalysator verzamelt zich as. Deze as moet regelmatig uit de katalysator worden verwijderd omdat anders de werking van de katalysator vermindert. Daartoe wordt de katalysator samen met de afdichting aan de greep uit het pijpstuk geschoven (zie foto 5). De katalysator kan worden uitgeklopt, uitgezogen of in water worden ondergedompeld en worden uitgespoeld. De as bevat voornamelijk minerale bestanddelen zoals kaliumennatriumzout en ijzer- en siliciumoxide (zand) en is onschadelijk voor het milieu.

Mocht de katalysator nog onverhoopt losse zwartgekleurde resten van roet, teer of creosoot bevatten dan dienen deze niet te worden weggespoeld maar in een vuilniszak voor grijs afval te worden opgevangen. De katalysator is wat betreft organische verbindingen zoals roet en teer zelfreinigend. Mochten deze verbindingen zich in de katalysator verzameld hebben dan worden deze gekraakt en katalytisch

naverbrand wanneer de katalysator de bedrijfstemperatuur vanaf 350°C

heeft bereikt.

Wat is fijnstof eigenlijk en wat gebeurt hiermee?

 

Fijnstof bestaat uit vloeibare en vaste deeltjes. Vloeibare deeltjes zijn zeer fijn verdeelde druppeltjes

(aerosolen) van gasvormige verbindingen die door afkoeling zijn gecondenseerd tot een vloeistof. Dit kunnen alcoholen of koolwaterstofverbindingen zoals polycyclische koolwaterstoffen (PAK’s) zijn. De vaste deeltjes kunnen bestaan uit houtstof, roet (koolstof) en onbrandbare asrest (inerte minerale anorganische as).

 

Van de volledige verbranding van 1 kg luchtdroog beukenhout (15% vocht) blijft circa 5 gram as over. Een deel blijft in de kachel achter als bodem as en een deel gaat als vliegas de schoorsteen in. Tijdens het afkoelen van de houtrook in het schoorsteenkanaal condenseren er steeds meer gasvormige verbindingen – zoals waterdamp, benzeen en PAK’s - op deze vliegas. Ze hechtten zich aan de vaste deeltjes waardoor deze deeltjes steeds groter worden. Hoe langer de schoorsteen en hoe groter de afkoeling, hoe groter de fijnstof deeltjes kunnen worden. Tenminste, wanneer ze niet aan de binnenkant van de schoorsteen als teer blijven plakken en in verbinding met water het zure creosoot vormen (teerdestillaat).

Teer bestaat voor een belangrijk deel uit schadelijke PAK’s.

 

Door het condenseren van gassen op vliegas is de fijnstof samenstelling direct na de kachel dan ook anders dan bij de monding van de schoorsteen. De houtrook bij de monding bevat meer fijnstof. Het fijnstof geeft ook de kleur en een belangrijk deel van de geur aan de rook. Fijnstof uit houtgestookte installaties bestaat voor het grootste deel uit onvolledig verbrande organische verbindingen en voor een kleiner deel uit minerale as.

 

De ABCAT® RVS behandelt de houtrook direct na de kachel. Vaste, organische stoffen zoals roet en verbindingen die verderop in de schoorsteen zouden kunnen condenseren tot fijnstof worden dicht bij de bron gekraakt en katalytisch na verbrand. Onbrandbare vliegasdeeltjes waarop andere verbindingen zouden kunnen condenseren blijven voor een deel achter in de katalysator. Hierdoor kan de ABCAT® RVS, afhankelijk van de soort en de hoeveelheid brandstof in de kachel en de temperatuur van de katalysator, tot 90% van de organische en anorganische verbindingen in de houtrook omzetten of afvangen.

Wat gebeurt er met de geur van houtrook?

 

Houtrook bestaat voor 70 tot 80 volume-% uit stikstof. Daarna komt 10 tot 20 % ongebruikte zuurstof, dan enkele procenten kooldioxide, waterdamp (uit het niet 100% droge hout en als verbrandingsproduct), onverbrande gassen, koolstof, teerdruppeltjes, as, zwaveldioxide, stikstofoxide, enz. De verbindingen in houtrook die intensief kunnen geuren en gezondheid schadelijk kunnen zijn maken maar 1 of 2% van het volume aan houtrook uit.

 

Deze verbindingen zijn uit de onderstaande groepen. Binnen deze groepen zijn circa 500 afzonderlijke verbindingen te onderscheiden:

  • meerdere koolwaterstofverbindingen met name polycyclische aldehyden (alkanalen). Bijvoorbeeld asceetaldehyde (ethanal), propionaldehyde (propanal), formaldehyde en andere.
  • organische zuren waaronder mierenzuur, azijnzuur, propionzuur (propaanzuur) en andere
  • gecondenseerde aromaten
  • styreen (ethenylbenzeen)
  • fenol(hydroxybenzeen)
  • overige verbindingen: guaiacol, ethylguaiacol, furfurylalcohol

 

Doordat de ABCAT® RVS een groot deel van deze verbindingen katalytisch kan na verbranden wordt de geurbelasting van de houtrook, die vanaf de monding van schoorstenen waarneembaar kan zijn, sterk verminderd. Bij een optimale werking wordt de geur grotendeels geneutraliseerd. Er zijn echter grote verschillen in houtsoorten, ontwerpen van kachels, bediening, weersomstandigheden, etc. die van grote invloed zijn op de geur van houtrook. Om de ABCAT® RVS optimaal te laten werken, en een hinderlijke geur optimaal te kunnen terugdringen, moet alles vóór de ABCAT® RVS in orde zijn. De ABCAT® RVS is beslist geen alleskunner waarmee een kachel ook werkelijk als allesbrander kan worden gebruikt of waarmee onder alle weersomstandigheden met veronachtzaming van een adequate bediening kan worden gestookt.

Invloed op de schoorsteentrek

 

De stromingsweerstand, ook wel het druk- of trekverlies van de ABCAT® RVS in bedrijf bedraagt circa 2 - 5 Pascal

(0,02 - 0,05 mBar) bij een gasstroomsnelheid van 0,5 - 1 m/s. Deze stromingssnelheid is gebruikelijk bij kachels met een passend schoorsteenkanaal die op hun respectievelijke vermogen worden gestookt. De minimale trek (onderdruk) in een schoorsteen die vereist is om tot een volledige uitbrand van de brandstof te komen bedraagt circa 12 Pa. Dit is ook de onderdruk waarbij kachels worden getest. Met deze trek wordt de weerstand van de ABCAT® RVS ruim overwonnen. Bij een goed ontworpen, warme schoorsteen

en geschikte weercondities om te stoken bedraagt de onderdruk in de schoorsteen bij een goed brandend vuur al snel minimaal 20 Pa.

Montage

 

Voor de montage wordt het eerste pijpstuk op of achter de kachel vervangen door het pijpstuk met de ABCAT® RVS. Het pijpstuk van de ABCAT® RVS is omkeerbaar en hoeft niet in een bepaalde stromingsrichting van de houtrook te worden gemonteerd. De ABCAT® RVS kan naar wens horizontaal, verticaal of onder elke willekeurige hoek worden gemonteerd.

 

Het ontwerp en het gebruik van de kachel en de plaatsing van de ABCAT® RVS moeten zodanig zijn dat vlammentongen de katalysator niet kunnen bereiken. Vlammentongen kunnen zeer hoge temperaturen hebben en daardoor de actieve oppervlakte van de katalysator blijvend beschadigen. Wanneer de katalysator wordt blootgesteld aan temperaturen boven de circa 700°C kan de katalysator onherstelbaar beschadigen. Wanneer de optionele thermometer direct na de ABCAT® RVS in de kachelpijp wordt geplaatst kan ook de temperatuur van de katalysator worden bewaakt. Een te hoge houtrooktemperatuur leidt overigens ook tot energieverlies,

verlaagt het rendement van de stookinstallatie en leidt tot een overmatig brandstofverbruik. Een te lage temperatuur daarentegen leidt tot een slechte verbranding en te weinig trek. De greep en het afdichtdeksel moeten bereikbaar zijn omdat de katalysatormodule regelmatig uit het pijpstuk moet worden genomen om deze vrij te maken van de asrest die zich daarin heeft verzameld.

Levensduur

De garantie op de constructie van de ABCAT heeft een looptijd van twee jaar gerekend vanaf deaankoopdatum. De levensduur van de katalysator bedraagt bij normaal en verantwoord gebruik vele duizenden branduren en meerdere stookseizoenen van een hout gestookte kachel. Onder normaal gebruik wordt verstaan:

 

  • houtsoorten worden gebruikt die geschikt zijn voor verbranding in een houtkachel, dus

onbehandeld hout en bij voorkeur houtsoorten met een lage geurbelasting van de houtrook. Zie daarvoor de overzichtstabel “Energie uit inheemse houtsoorten’’ bij de publicaties van documenten op de website www.ecolinksolutions.com.

  • luchtdroog hout wordt gestookt met een vochtgehalte van maximaal 20%. Hout met schimmels bevat ook sporen. Er is dan sprake van een microbiologische afbraak ten gevolge van een slechte droogtechniek. Sporen die vrijkomen uit dergelijk hout kunnen erg schadelijk zijn bij inhalatie (“boerenlong”). Beschimmeld hout is doorgaans ook te nat om te stoken.
  • de katalysator tijdens het stoken regelmatig een bedrijfstemperatuur van 350°C bereikt.
  • de temperatuur van de katalysator beneden de 800°C blijft.
  • een katalysator die nog op temperatuur is niet bloot wordt gesteld aan water of enige andere koelende vloeistof of gas. Dit zou zogenaamde inter-kristallijne corrosie kunnen veroorzaken in het metalen katalysatormateriaal waardoor edelmetaal daaruit vrijkomt en verloren gaat.
  • de katalysator niet wordt gereinigd in zure, zoute of sterk basische vloeistoffen. Reinigen kan in koud of heet water waaraan eventueel afwasmiddel is toegevoegd. Soda en chloorhoudende middelen mogen niet worden toegevoegd.

 

Afzonderlijke onderdelen kunnen wanneer nodig vervangen worden.

 

 

ABCAT kopen.nl